Boekrecensies

Ik ben de dood – Chris Carter

26 augustus 2026

Nicole Wilson past op de driejarige Joshua wanneer ze in de keuken plotseling een onbekende man aantreft. Hij zit doodgemoedereerd een boterham te eten en stelt zich voor als Mark, een neef van Joshua’s moeder Audrey. Volgens hem woont hij boven de garage en is het dus helemaal niet vreemd dat hij zomaar in huis is. Toch bekruipt Nicole al snel het gevoel dat er iets niet klopt. Ze kent hem niet, Audrey heeft nooit over hem gesproken en zijn aanwezigheid voelt steeds ongemakkelijker. Mark blijft ondertussen opvallend kalm en vriendelijk, alsof er werkelijk niets aan de hand is. Maar Nicole heeft gelijk met haar onderbuikgevoel. Deze man is helemaal geen familie van Audrey.

Een nieuwe zaak voor Robert Hunter

Slechts een paar dagen na zijn heftige avontuur in De beste vriend stapt Robert Hunter zijn vertrouwde kantoor bij de LAPD weer binnen. Of alles daar nog net zo vertrouwd is, valt alleen nog maar te bezien. Carlos Garcia vertelt hem namelijk doodleuk dat hij besloten heeft over te stappen naar een andere afdeling. Lang krijgt Hunter niet de tijd om zich daar druk over te maken, want hun baas Barbara Blake roept de twee rechercheurs naar haar kantoor. Er is een lichaam gevonden en de manier waarop de jonge vrouw om het leven is gebracht, maakt dit bij uitstek een zaak voor hun afdeling.

Het slachtoffer blijkt de twintigjarige Nicole Wilson te zijn, die zeven dagen eerder spoorloos verdween. Ze is dagenlang vastgehouden en op gruwelijke wijze gemarteld voordat haar lichaam vlak bij het vliegveld werd achtergelaten. Hunter en Garcia gaan direct aan de slag, maar hun tegenstander heeft zich uitstekend voorbereid. Hij is brutaal genoeg om zijn slachtoffer vrijwel in het zicht van de wereld achter te laten, maar zorgvuldig genoeg om nauwelijks bruikbare sporen achter te laten. Zelfs de manier waarop hij Nicole heeft neergelegd, lijkt vooral bedoeld om de politie iets duidelijk te maken.

Bij de autopsie volgt nog een verrassing. Diep in Nicoles keel zit een briefje verborgen, de boodschap is geschreven met haar eigen bloed: Ik ben de dood. Dat de moordenaar daarmee nog lang niet klaar is, wordt al snel duidelijk wanneer er een volgend slachtoffer valt. Alleen lijkt dat nauwelijks het werk van dezelfde dader. Deze moordenaar wisselt net zo gemakkelijk van moordmethode als van sokken en juist daardoor hebben Hunter en Garcia geen enkel herkenbaar patroon om zich aan vast te klampen.

Wurm

Ondertussen is er ook nog de elfjarige Richard ‘Ricky’ Temple. Ricky heeft het thuis allesbehalve gemakkelijk en ook op school is hij regelmatig het mikpunt van pestkoppen. Wanneer een vriendelijke man hem op een dag aanspreekt en aanbiedt om hem een stukje mee te nemen, stapt Ricky uiteindelijk bij hem in de auto. Het is een beslissing die zijn leven voorgoed verandert.

De man ontvoert Ricky en sluit hem op. Al snel maakt hij duidelijk dat Richard Temple niet langer bestaat. Vanaf dat moment noemt hij de jongen alleen nog maar ‘Wurm’. Wurm wordt mishandeld, vernederd en volledig afhankelijk gemaakt van zijn ontvoerder. Ontsnappen lijkt onmogelijk en iedere poging om zich te verzetten, maakt zijn situatie alleen maar erger.

Maar zijn ontvoerder houdt het niet bij wat hij Wurm aandoet. Ook andere mensen vallen ten prooi aan de man die het jongetje alleen maar als het Monster kan zien. Wurm wordt steeds verder meegetrokken in diens gruwelijke wereld en moet dingen zien die geen enkel kind zou mogen meemaken. Terwijl Hunter en Garcia ondertussen proberen te begrijpen met wat voor moordenaar zij te maken hebben, wordt ook steeds duidelijker waartoe het Monster in staat is.

Chris Carter is weer ouderwets op dreef

Na De beste vriend, waarin Robert Hunter grotendeels zonder Carlos Garcia op pad was, vond ik het vooral heel fijn om het vertrouwde duo weer samen aan het werk te zien. Hun onderlinge dynamiek is inmiddels een belangrijk onderdeel van deze serie en in Ik ben de dood voelt het weer als vanouds. Hunter analyseert ieder detail, Garcia houdt hem met beide benen op de grond en samen proberen ze vat te krijgen op een dader die hen voortdurend een stap voor lijkt te zijn.

Ook qua spanning is dit voor mij weer ouderwets goede Chris Carter. De moorden zijn gruwelijk, de hoofdstukken kort en de dader maakt er een bijzonder kat-en-muisspel van. Vooral het ontbreken van een vaste werkwijze maakt de zaak interessant. Telkens als Hunter en Garcia denken iets te begrijpen, blijkt er weer een nieuw stukje van de puzzel te ontbreken. De verhaallijn rond Wurm maakt het geheel bovendien nog een stuk beklemmender.

En natuurlijk zou Chris Carter Chris Carter niet zijn als hij alles uiteindelijk niet op een slimme manier bij elkaar laat komen. Juist toen ik dacht dat ik inmiddels wel begreep waar het verhaal naartoe ging, bleek er nog veel meer achter te zitten. Voor mij was Ik ben de dood daarom precies zo’n Robert Hunter-thriller waardoor ik ooit aan deze serie verslingerd ben geraakt: gruwelijk, razendsnel en bijna onmogelijk weg te leggen.

    Plaats een reactie

    error: Deze content is beveiligd, het is niet toegestaan om mijn teksten zonder toestemming ergens anders te gebruiken.