Tommy is nog maar net van Westerkerke naar Kraaidorp verhuisd wanneer zijn beste vriend Jack bij hem komt logeren. Het enorme oude huis waar Tommy nu woont, maakt bij aankomst alleen weinig indruk op zijn vriend. Het is bouwvallig en koud, maar dat blijkt niet eens het ergste te zijn. Vanuit Tommy’s slaapkamer kijken de jongens namelijk rechtstreeks uit op het oudste kerkhof van het land. Een begraafplaats vol eeuwenoude graven waarvan de namen nog altijd opvallend goed leesbaar zijn. Tommy voelt al maanden dat er iets niet klopt aan de plek en vertelt Jack dat hij er nauwelijks nog door slaapt. Midden tussen de graven staat bovendien één opvallend grafmonument: een naamloos mausoleum.
Elke avond om elf uur
Tommy vertelt Jack dat het niet alleen de uitstraling van het kerkhof is die hem onrustig maakt. Sinds zijn verhuizing hoort hij namelijk soms een stem die hij nauwelijks kan verstaan. Het zijn niet meer dan losse woorden en flarden van zinnen, maar begrippen als opoffering en wraak komen er steeds in terug. Tommy heeft bovendien het gevoel dat die stem hem naar het kerkhof probeert te lokken. Zelf is hij er meerdere keren geweest om te bewijzen dat er niets aan de hand is, maar daarmee is zijn onrust alleen maar groter geworden.
Want iedere avond gebeurt er rond elf uur precies hetzelfde. De zware steen van het mausoleum schuift opzij en er komt iets naar buiten. Tommy heeft nooit dichtbij genoeg durven komen om goed te kunnen zien wat het is, maar één ding weet hij zeker: het is geen mens. Jack laat zich door dat verhaal niet afschrikken. Nu de ouders van Tommy de hele avond weg zijn, besluit hij dat dit hét moment is om uit te zoeken wat zich op het kerkhof afspeelt.
Gewapend met warme kleding, een zaklamp en zijn telefoon wil Jack zich tussen de graven verstoppen en het wezen opwachten. Tommy blijft achter in het huis, zodat hij vanuit zijn slaapkamer zicht houdt op het kerkhof en kan ingrijpen als het misgaat. Maar nog voordat het elf uur is, begint de steen van het mausoleum al te bewegen. Jack blijft als aan de grond genageld staan en Tommy kan vanuit zijn slaapkamer alleen maar toekijken hoe hun plan in één klap een stuk gevaarlijker wordt.
Een weekend bij oma Bertie
In het verhaal van Bart de Wolf brengt Jack samen met zijn zusje Annie het weekend door bij oma Bertie, die haar been heeft gebroken en steeds vergeetachtiger wordt. Tommy komt logeren om Jack gezelschap te houden. Helemaal alleen zijn ze niet: de achttienjarige Nina helpt oma in huis en haar vriend Dario blijft ook hangen. Het oude, krakende huis ligt bovendien pal naast het kerkhof van Westerkerke. Vanuit de logeerkamer kijken Jack en Tommy uit op scheve grafstenen, een oude kerk, een dode boom en een vervallen mausoleum.
Overdag proberen de jongens zich vooral te vermaken, maar ondertussen wordt duidelijk dat het niet goed gaat met oma Bertie. Sinds opa Jacob zeven jaar eerder omkwam onder zijn tractor is ze steeds vergeetachtiger en hulpbehoevender geworden. Wanneer buiten een zware storm losbarst, zien Jack en Tommy vanuit het raam plotseling een lange, bleke vrouw in een wit gewaad tussen de graven staan. Nina en Dario denken dat hun fantasie met hen op de loop gaat, maar de jongens weten zeker dat ze iets hebben gezien.
Later verschijnt de vrouw opnieuw op het kerkhof. Dit keer loopt ze niet alleen. Aan haar hand zien Jack en Tommy tot hun afgrijzen de kleine Annie, op blote voeten en in haar pyjama, door de stromende regen tussen de graven lopen. Jack en Dario gaan onmiddellijk achter haar aan en volgen haar voetsporen richting het mausoleum. Maar zodra ze het kerkhof betreden, blijkt al snel dat niet alleen de mysterieuze vrouw een gevaar vormt.
Van lekker griezelen naar regelrechte tienerhorror
Ik begon met het verhaal van Sandra J. Paul en zat er meteen lekker in. De sfeer is donker en onheilspellend zonder dat het er te dik bovenop ligt, en de spanning wordt langzaam opgebouwd. Het oude huis, het kerkhof en vooral dat naamloze mausoleum vormen samen precies zo’n setting waar ik van houd. Ik heb er dan ook heerlijk bij zitten griezelen.
Daarna begon ik aan het verhaal van Bart de Wolf en moest ik eerlijk gezegd even schakelen. Tommy en Jack zijn ineens op een andere plek, opnieuw naast een kerkhof en opnieuw met een mausoleum in de buurt. Even vroeg ik me af hoe de twee verhalen precies in elkaar pasten. Heel lang kreeg ik alleen niet de tijd om daarover na te denken, want De Wolf gooit het tempo behoorlijk snel omhoog. Zijn verhaal is regelrechte tienerhorror, met duistere verschijningen, noodweer en steeds gruwelijker gebeurtenissen. Af en toe vloog het voor mij bijna de bocht uit in zijn drang om het steeds enger te maken, maar saai wordt het nergens.
En misschien ben ik daar ook gewoon niet helemaal de doelgroep voor. Mijn veertienjarige zoon vond juist dát deel interessant toen ik hem erover vertelde. Inmiddels is hij het boek zelf aan het lezen. En dat is best bijzonder, want lezen vindt hij tegenwoordig vooral stom. Alleen al daarom ben ik heel benieuwd wat hij straks van De vergeten heks vindt. Misschien blijken Sandra J. Paul en Bart de Wolf precies te weten hoeveel horror een veertienjarige nodig heeft.





Geen reacties